PFZW

Het verhaal van…

‘Een steunpilaar zijn voor patiënten en hun familie, dat vind ik heel bijzonder’

In de zorgsector wemelt het van de diverse beroepen. Van huisartsen tot sportcoaches tot psychiaters. Onder het mom van 'gluren bij de buren' zijn we benieuwd hoe het er bij iemand anders in de zorgsector aan toe gaat. Wat zijn de mooie en zware kanten van hun beroep? Deze keer stelt Amber Dinkelberg (23) zich voor. Zij is cardiologie en cardiothoracale chirurgie (CCTC) verpleegkundige in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein.

Wat doet een CCTC verpleegkundige eigenlijk?  

'Ik help bij de acute zorg aan patiënten met een hartritmestoornis. Ik begeleid patiënten voor de openhartoperatie (pre-OK) en na de openhartoperatie (post-OK). Denk aan wonden verzorgen, het mobiliseren van patiënten, psychische begeleiding en pijnbestrijding bij patiënten. Ook bied ik zorg aan patiënten met cardiologische aandoeningen en korte opnames voor bijvoorbeeld implantaties van ICD's en pacemakers. Verder doe ik een vervolgopleiding bij het hartcentrum. Ik krijg les over alles wat te maken heeft met hartritmestoornissen en openhartoperaties. We leren onder andere hartfilmpjes aflezen en assisteren bij een rethoracotomie. Dat is een ingreep die een arts moet doen als er een complicatie optreedt na een openhartoperatie. De patiënt komt dan in een reanimatie-setting, doordat er bloed in het hartzakje zit. Hij of zij moet dan opnieuw door de chirurg worden opengemaakt op de afdeling. Wij assisteren daarbij en brengen de patiënt al reanimerend naar de OK.’

Welk moment op de werkvloer staat je nog heel goed bij?  

'Er was een meneer waar ik een heel bijzondere band mee had, een hele lieve man van rond de 70. We hebben bijzondere gesprekken gevoerd over de dood, omdat hij eigenlijk niet meer wilde worden geopereerd. Uiteindelijk is hij naar een hospice gegaan om daar te overlijden. Het voelde wel bijzonder om zo’n band te hebben met iemand met zo’n leeftijdsverschil. Toen hij uiteindelijk overleed deed me dat zeker wat. Maar ik sta daar gelukkig ook wel vrij nuchter in: het leven is eindig, soms is het lichaam op. Ik denk ook dat het belangrijk is om altijd de vraag te blijven stellen of het misschien beter is om niet te opereren, als het lichaam niet meer wil.’ 

Je pensioen gaat omhoog!

PFZW verhoogt in 2023 nog een keer de pensioenen, hoe zit dat precies?

Lees meer

Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?  

'De patiënten bij ons zijn vrij zelfstandig, maar de eerste dag na de operatie komen ze vaak om 9 uur van de IC af of van de post anesthesia care unit, een speciale bewakingsafdeling. Dan hebben ze wat meer hulp nodig, maar patiënten die al wat verder zijn bied je bijvoorbeeld een handdoek aan om op te frissen. Verder beoordelen we nieuwe patiënten, wegen we patiënten, dienen we medicatie toe, verzorgen we wonden en zijn er soms bijvoorbeeld bepaalde infuuslijnen die eruit mogen.   

In de ochtend is er de artsenvisite. Dit kunnen arts-assistenten van de CCTC zijn of bijvoorbeeld verpleegkundig specialisten. Die gaan dan samen met ons langs de patiënten met een computer voor het patiëntendossier. We controleren het algehele welzijn van de patiënt en maken een plan: welke controles moeten er worden gedaan, moeten er nog röntgenfoto's of een echo worden gemaakt, moet er een hartfilmpje worden gemaakt, moet er bloed worden geprikt? Dat is vaak rennen en vliegen.   

Tijdens het middagrondje zorgen we ervoor dat iedereen zijn medicatie krijgt en doen we controles. En aan het einde van de dienst rapporteren we: wat zijn bijzonderheden, wat voor afwijkingen zijn er, wat ging niet goed? Zo weet de avonddienst waar ze het verder moeten oppakken.   

Bij een nachtdienst loop je elk uur een ronde langs alle patiënten met een zaklampje. Staan alle infuuspompen op de juiste stand? Ademen patiënten nog goed? Als een patiënt in de war is, veel pijn heeft of heel ziek is, ga je iets vaker kijken. 

Je sluit af met de ochtendronde. Dan geef je medicatie, sommige antibiotica moet worden aangehangen, alle infuuskarren worden bijgevuld, en ook verder alles wat ze bij de dagdienst weer nodig hebben, zodat alles netjes klaar staat.'

Wat vind je zwaar?  

'Soms is het zo druk is dat je weinig tijd hebt om een patiënt goed te spreken. Dan kan je alleen het hoognodige doen. Dat je van alles wilt doen, maar er niet aan toe komt, dat is soms wel frustrerend. Dat je de hele dag rent, in een kwartier even snel een boterham eet en weer door moet, omdat je het anders niet redt. En dan hoop je maar dat je alles hebt gedaan, want je wil alles ook netjes achterlaten voor de volgende dienst.' 

Wat maakt jouw werk mooi?  

'Wat ik heel bijzonder vind aan mijn werk, is dat je er echt kunt zijn voor patiënten. Mensen die een openhartoperatie hebben gehad, hebben iets heel ingrijpends meegemaakt. Als ze na de operatie dan terugkomen op de afdeling, kan je zowel familie als patiënt heel goed begeleiden en zie je ze weer opbloeien. Je bent echt een soort steunpilaar voor ze, en dat vind ik wel heel bijzonder.   

Verder vind ik het acute heel erg leuk: met alle collega’s spoedsituaties oplossen, dat is heel vet.'