PFZW

Checklist

5 tips om beter te worden in feedback geven

Anderen aanspreken op gedrag is niet altijd makkelijk. Maar belangrijk is het wel. Voor jou, om duidelijk te maken wat jouw grenzen zijn, maar ook voor de ander: misschien heeft diegene dat gedrag helemaal niet door en kun je iemand helpen in zijn of haar ontwikkeling. Deze vijf tips helpen je er beter in te worden.

Tip #1: Beschrijf, maar veroordeel niet

Vertel wat je ziet, hoort (observatie) en wat het met je doet, zonder daar een waardeoordeel aan te koppelen.

Bijvoorbeeld: ‘Ik merkte dat je me niet liet uitpraten tijdens de dagstart. Dat is irritant’. Eerst benoem je wat er gebeurt, je observeert. Dat kan voor herkenning zorgen. Maar ‘Dat is irritant’ is een oordeel; zo komt het op jou over. Misschien is het niet hoe de ander het bedoelt. Wel kun je aangeven wat iemands gedrag met je doet, bijvoorbeeld: ‘Daar word ik onzeker van’.    

Tip #2: Vertel wat het jou oplevert

Wanneer je iemand aanspreekt op zijn of haar gedrag gaat dat voor een deel over jezelf. Als je afspreekt met een collega en een kwartier moet wachten, had je dat kwartier ook anders kunnen besteden. Door je collega aan te spreken, hoop je dat hij of zij de volgende keer op tijd komt. Of op tijd laat weten dat het iets later wordt.

Tip #3: Wacht niet te lang met feedback geven

Probeer iemand zo snel mogelijk aan te spreken op zijn of haar gedrag. Dan is de kans op verbetering het grootst. Zo ontstaat er geen onduidelijkheid over wat er is gebeurd, want het staat nog vers in het geheugen. Maar doe het wel discreet en op een passend moment. Dus spreek een collega niet aan in het bijzijn van een patiënt of cliënt, maar doe het zodra jullie samen de ruimte verlaten.

Afl. 9: de feedback-challenge

Joop ging de uitdaging aan om anderen aan te spreken op hun gedrag. Benieuwd hoe hij dat aanpakt? Bekijk de video!

Lees meer

Tip #4: Wees ‘to the point’

Draai niet om de hete brij heen, maar zeg meteen waar het op staat. Zo is de boodschap en het doel van het gesprek gelijk duidelijk. Het is niet altijd nodig om een gesprek ‘aan te kleden’ door te beginnen met iets positiefs of het over koetjes of kalfjes te hebben. Dat leidt alleen maar af van jouw doel: de ander aanspreken op zijn of haar gedrag. Zeker bij cliënten of patiënten is het fijn om ongewenst gedrag meteen bespreekbaar te maken, zodat het de zorgverlening niet in de weg staat.

Tip #5: Houd voet bij stuk

Als je iemand aanspreekt op gedrag is de kans groot dat diegene in de verdediging schiet. Hij of zij geeft redenen als verklaring voor het gedrag. ‘Ja, maar…’ of ‘Dat komt, omdat…’. Dat iemand een weerwoord of een verklaring geeft, hoort erbij. Houd vast aan je standpunt en wees duidelijk over je verwachtingen, bijvoorbeeld: ‘Ik zou het fijn vinden als je me de volgende keer laat uitpraten’.  

Meer tips?

Misschien vind je dit ook leuk: